In deze verordening wordt verstaan onder:
1 kade:
de rechter Rijnoever, met uitzondering van het voormalig Rijksveer Malburgen (kadastraal bekend als gemeente Arnhem, sectie D, nr. 4934 en 4648), beginnende bij de Boterdijk daar waar de damwand begint ter hoogte van kilometerraai 884.105 en eindigende bij de haven, alsmede de wal van de haven, uitgezonderd het deel van de AKZO haven in eigendom van derden, zoals op de bij deze verordening behorende tekening is aangegeven;
2 haven:
de haven van Malburgen zoals op de bij deze verordening behorende tekening is aangegeven;
3 vaartuig:
een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen. Met inbegrip van een houtvlot, een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een drijvende boorinstallatie, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton en elk drijvend werktuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting;
4 pleziervaartuig:
een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor de recreatie en niet bedrijfsmatig wordt gebruikt;
5overliggend pleziervaartuig:
een pleziervaartuig dat langer dan een aaneengesloten periode van 4 weken een ligplaats inneemt in de haven of voor of aan de kade;
6 passagiersschip:
een vaartuig dat middel van vervoer is of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;
7 woonark:
een drijvend lichaam dat tot woning bestemd is;
8 woonschip:
elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, een als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van één of meer personen;
9 vrachtschip:
een vaartuig dat geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vervoer van goederen;
10 langdurig verblijvend vaartuig:
een vaartuig dat langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden een ligplaats inneemt en waarvoor een schriftelijke ontheffing op grond van artikel 2.1 van de verordening op het gebruik van de haven en kade is verleend door het college van burgemeester en wethouders;
11 overige vaartuigen:
alle vaartuigen die niet onder de categorieën 4 tot en met 10, als bedoeld in dit artikel, vallen, zoals sleepboten,autotransportschepen, roll-on/roll-offschepen, baggermolens, zuigers, elevatoren, drijvende werktuigen, zogenaamd aannemersmateriaal, boothuizen, vlotten en schepen die om welke reden dan ook zijn ondergemeten;
12 havenmeester:
de als zodanig van gemeentewege aangewezen ambtenaar aan wie het toezicht op de haven
en de kade is opgedragen en zijn plaatsvervanger;
13 meetbrief:
een door een daartoe bevoegde instantie uitgegeven en in Nederland geldig document betreffende de tonnenmaat en het laadvermogen van een vaartuig;
14 laadvermogen:
het in kubieke meters uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het vaartuig bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige vaartuig;
15 plaatsruimte:
de oppervlakte van een vaartuig, berekend door de grootste lengtemaat van het vaartuig te
vermenigvuldigen met de grootste breedtemaat, uitgedrukt in vierkante meters;
16 termijn:
een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven en/ of kade plaatsvindt:
dag : een etmaal;
week : een kalenderweek;
maand : een kalendermaand;
kwartaal : een kalenderkwartaal
jaar : een kalenderjaar.
17 jachthaven:
de jachthaven Valkenburg en de jachthaven Jason;
18 gebruik maken van de kade:
het rechtstreeks meren aan de kade van een vaartuig of
het zonder directe verbinding meren van een vaartuig voor de kade of
het door middel van een ander drijvend voorwerp aan de kade meren van een vaartuig of
het aantal te exploiteren vierkante meters aan of voor de kade indien het een jachhaven
betreft;
19 gezagvoerder:
degene, die op het vaartuig het gezag uitoefent en verantwoordelijk is voor de naleving van de geldende reglementen of degene die deze vervangt dan wel als zodanig optreedt; voor het geval noch de gezagvoerder, noch diens plaatsvervanger aanwezig is, wordt de eigenaar of gebruiker van het vaartuig aangemerkt als gezagvoerder. Voor jachthavens wordt de exploitant van de jachthaven als gezagvoerder aangemerkt.
Hoofdstuk
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten 2010