Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening Baarn 2015

1.. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen; 2.. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. 3.. Een vergunning kan worden verleend aan: een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (categorie I); een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II); een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (categorie III); Een bewoner die woont in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn of haar bezoek (categorie IV); Een eigenaar of houder van een motorvoertuig welke wordt ingezet voor een door het college bij openbaar te maken besluit, nader te bepalen doelgroep (categorie V). 4.. Het college kan bij openbaar te maken besluit voor elke categorie het maximum aantal te verstrekken vergunningen per woon- of zakelijk adres vaststellen; 5.. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten; 6.. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, voor een vergunningengebied een uitgiftestop invoeren indien blijkt dat in het merendeel van de tijd geen vergunningenparkeerplaatsen beschikbaar zijn; 7.. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor categorie III kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Rechtspraak bij dit artikel