Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 6.1. onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het zich incidenteel zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de AWBZ of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden.
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.2
Een algemene voorziening waaronder een collectieve rolstoelvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2007