In dit sociaal kader wordt verstaan onder:
a. werkgever: de gemeente Alkmaar, alsmede het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, dan wel de functionaris aan wie op grond van het Mandaat-, Machtigings- en Volmachtbesluit en het daarop gebaseerde Bevoegdhedenregister zoals dat geldt ten tijde van de organisatiewijziging, de bevoegdheid tot het nemen van besluiten ten aanzien van een organisatiewijziging en de regeling van de personele gevolgen daarvan, is gemandateerd;
b. medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, lid 1 onder a, van de CAR;
c. organisatiewijziging: een belangrijke verandering van de organisatie van de werkgever als bedoeld in artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR), die niet van tijdelijke aard is en personele gevolgen met zich meebrengt.
d. privatisering: een organisatiewijziging, die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie van de werkgever tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van taken aan een derde (privaatrechtelijke) partij;
e. publiekrechtelijke taakoverheveling: een organisatiewijziging, die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie van de werkgever c.q. van gemeentelijke taken naar een ander publiekrechtelijk orgaan;
f. personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken medewerker(s);
g. salaris: het voor de medewerker geldende bedrag van de aan de medewerker toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR;
h. salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de functieschaal (of bij overgangsrecht de uitloopschaal) van de door de medewerker te verlaten functie;
i. bezoldiging: bezoldiging als bedoeld in 3:1 van de CAR;
j. functiegebonden toelage: de toelage, die de medewerker in verband met het vervullen van zijn functie ontvangt;
k. persoonsgebonden toelage: de toelage, die aan de medewerker in verband met persoonlijke afspraken is toegekend;
l. functie: het samenstel van werkzaamheden dat de medewerker in opdracht van het bevoegd gezag verricht;
m. functietypering: de organieke en generieke beschrijving van gelijksoortige taken (qua aard en/of niveau van werkzaamheden), die door één of meer medewerkers kan worden vervuld;
n. voortgezette functie: een functie, die gelijk of nagenoeg gelijk is (d.w.z. dezelfde functietypering in het functiegebouw en in meerderheid gelijke functie-inhoud aan de functie, die de medewerkers voor de organisatiewijziging vervulde);
o. In meerderheid: 50% of meer gelijk.
p. passende functie: een in- of externe functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de medewerker redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie heeft doorgaans dezelfde functieschaal als de oude functie, maar kan ook maximaal twee functieschalen hoger of lager zijn dan de oude functie. Bij een externe functie kan de maximale enkele reistijd volgens de ANWB routeplanner 1 uur bedragen;
q. paritaire commissie: deze commissie bestaat uit een groep personen, die een bepaald belang behartigt of doel nastreeft en uit een even aantal leden bestaat. In de commissie is de werkgever en de werknemers ieder voor de helft vertegenwoordigd.
r. geschikte functie: een in- of externe functie, die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de medewerker bereid is te vervullen, al dan niet in afwachting van plaatsing in een passende functie;
s. sleutelfunctie: een functie, die (met instemming van de OR) is aangewezen als zijnde van vitaal belang voor de nieuwe organisatie en die op basis van geschiktheidseisen wordt ingevuld;
t. herplaatsingskandidaat: de situatie dat een ambtenaar wegens reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de reorganisatie;
u. boventalligheid: de situatie dat een ambtenaar wegens reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de reorganisatie;
v. CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.
w. OR: de Ondernemingsraad;
x. GO: het Georganiseerd Overleg;
y. sociaal plan: nadere afspraken, gebaseerd en aanvullend op dit sociaal kader, met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging
z. Van Werk Naar Werk-traject: De ‘Van werk naar werk-begeleiding’ bij boventalligheid is geregeld in paragraaf 5 van hoofdstuk 10d CAR (met uitzondering van artikel 10d:21 CAR). De daarin voorkomende bepalingen zoals deze nu luiden of in de toekomst zullen komen te luiden, worden geacht met deze regeling een geheel te vormen.
aa. Preventieve mobiliteit: Medewerkers, die geconfronteerd worden met een situatie waarbij op termijn (binnen één tot twee jaar) sprake kan zijn van boventalligheid.
bb. EVC: Erkenning eerder verworven competenties.