**1..** Verstrekking van een toegekende gemeentelijke vangnetvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de cliënt.
**2..** Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb;
als de gespreksvoerder bepaalt dat de gekozen dienst of product niet adequaat is;
als uit onderzoek is gebleken dat de cliënt een eerder persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet, de gespreksvoerder kan in individuele gevallen hiervan afwijken;
verstrekking van een pgb gezien de (verwachte) korte duur van de verstrekking zou leiden tot een inefficiënte besteding van gemeentelijke middelen;
de dienstverlener tevens budgethouder is.
**3..** Gemeentelijke vangnetvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn:
mobiele tilliften;
douchebrancards.
**4..** De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats met tussenkomst van de Sociale Verzekeringsbank, die belast is met de uitvoering en uitbetaling van de pgb’s, tenzij het pgb niet met tussenkomst van de SVB is uitbetaald.
**5..** De besteding van het pgb dient volledig verantwoord te worden. Indien de budgethouder de besteding (gedeeltelijk) niet kan verantwoorden, vordert het college het niet verantwoorde deel terug.
**6..** Indien het pgb niet binnen zes maanden na uitbetaling is aangewend voor bekostiging van de voorziening zal het college de beslissing tot verlening van het pgb herzien of intrekken.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Barneveld