Het doel genoemd onder 4.1 moet worden bereikt door sportaanbieders te ondersteunen en te stimuleren sport aan te bieden in lage inkomenswijken. Uit scans van de gemeente Amsterdam blijkt dat in gebieden met een hoog percentage lage inkomensgezinnen er minder toegankelijk sportaanbod is dan in andere gebieden in Amsterdam. Armoedevoorzieningen als de stadspas, de scholierenregeling en het jeugdsportfonds hebben minder effect in deze gebieden; persoonlijke financiële ondersteuning voor sportbeoefening leidt tot resultaat als er in de omgeving ook voldoende laagdrempelig sportaanbod is.
Het doel genoemd onder 4.2 moet worden bereikt door sportverenigingen en sportaanbieders te ondersteunen bij het oplossen van belemmeringen die worden veroorzaakt door een hoog percentage jeugdleden met inkomen op of onder het bestaansminimum. Voorbeeld hiervan is bezoek aan uitwedstrijden en een tekort aan ouders met een auto. De regeling onder 4.2 moet in dit voorbeeld een abonnement op Greenwheels of andere autohuur mogelijk maken. Ook problemen met elftalbegeleiding door een lage ouderparticipatie kan worden opgelost door bv studenten van HVA -ALO, ROC, CIOS een vergoeding te bieden voor begeleiding van jeugdteams.
Subsidie onder punt 4 lid 2 is uitdrukkelijk bedoeld om de inzet van de kennis van verenigingen, hun inventiviteit en zelfredzaamheid aan te moedigen. Het effect van subsidie onder punt 4 lid 2 moet zijn dat niet de gemeente plannen maakt , maar verenigingen zelf voorstellen doen die de participatie van kinderen uit lage inkomensgezinnen verbetert.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Subsidieregeling sportstimulering lage inkomenswijken