**1..** Bij de vaststelling van de draagkracht uit inkomen is vrijlating van middelen, bedoeld in artikel 31, tweede lid van de wet, van overeenkomstige toepassing.
**2..** Het in aanmerking te nemen inkomen wordt verlaagd met zogenaamde buitengewone uitgaven die ten laste van de belanghebbende komen, zoals:
het huurtoeslagnadeel, zijnde het verschil tussen de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag en de huurtoeslag die zou zijn ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau;
het zorgtoeslagnadeel, zijnde het verschil tussen de daadwerkelijk ontvangen zorgtoeslag en de zorgtoeslag die zou zij ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau;
overige individuele buitengewone uitgaven zoals alimentatie en onderhoudsverplichtingen welke werkelijk zijn voldaan;
het deel van een particuliere oudedagsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 33 lid 5 van de wet, wordt niet tot het inkomen gerekend.
**3..** Personen die niet feitelijk de beschikking hebben over hun inkomen door beslag of doordat ze in de Wet sanering natuurlijke personen (WSNP) zitten, worden in beginsel geacht géén draagkracht te hebben.
**4..** Bij de vaststelling van de draagkracht uit inkomen wordt uitgegaan van het inkomen gedurende het jaar, beginnend in de maand waarin de kosten zijn gemaakt waarop de aanvraag om bijstand betrekking heeft.
**5..** Indien een aanvraag nog te maken kosten betreft, wordt uitgegaan van het inkomen in de maand van aanvraag.
**6..** Draagkracht inkomen:
0% van het in aanmerking te nemen inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm;
35% van het in aanmerking te nemen inkomen voor zover dat meer is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm;
**7..** Indien bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor de algemene kosten van levensonderhoud en de woonkostentoeslag, wordt 100% van het in aanmerking te nemen inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm tot draagkracht gerekend.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
- In aanmerking te nemen inkomen
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Dalfsen 2016