**1..** Een persoon van 18, 19 of 20 jaar kan slechts aanspraak maken op bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat:
de middelen van de ouders niet toereikend zijn of;
ouders van belanghebbende bevinden zich in het (verre) buitenland en zijn daar onbereikbaar of;
de ouders van belanghebbende zijn overleden of;
de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet ten gelde kan maken.
**2..** Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als:
de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft en deze huisvesting noodzakelijk is, of;
de belanghebbende in een instelling verblijft en niet wordt voorzien door de instelling zelf.
**3..** De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden, maar bedraagt maximaal een aanvulling tot de geldende norm voor een alleenstaande ingevolge artikel 21 van de wet.
**4..** In de onder lid 1 genoemde gevallen wordt geen verhaal van de bijstand op de onderhoudsplichtige ouders gezocht.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
- Zelfstandig of in een instelling wonende jongeren 18 tot 21 jaar
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Dalfsen 2016