**1..** Kosten van vervanging of aanschaf van gebruiksgoederen en inrichting behoren in principe tot de algemene kosten van het bestaan, waarvoor men wordt geacht te reserveren. Daarbij worden de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag beschouwd als een voorliggende voorziening.
**2..** Indien sprake is van bijzondere noodzakelijke omstandigheden is bijstandverlening mogelijk in de volgende situaties:
Verhuiskosten in uitzonderlijke, noodzakelijke situaties, niet zijnde de kosten van een verhuisbedrijf;
Eerste inrichting nieuwkomers en noodzakelijke inrichtingskosten andere situaties;
Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten;
**3..** Voor het in redelijkheid bepalen van de hoogte van de noodzakelijke kosten bij (complete) woninginrichting, uitgaan van maximaal 50% van de in de Nibud-prijzengids genoemde bedragen;
**4..** Uitbetaling vindt in principe plaats in twee termijnen: de eerste helft ineens; het resterende bedrag op basis van inleveren bewijsstukken van het eerste deel;
**5..** De bijstand wordt in principe verstrekt in de vorm van een renteloze geldlening;
**6..** De aflossing vangt zo spoedig mogelijk na de toekenning van de bijzondere bijstand aan, in ieder geval met ingang van de eerste maand na toekenning van de bijstand.
**7..** Bijzondere bijstand is mogelijke voor servicekosten bij verzorgingshuizen of aanleunwoningen waarbij:
Voor de servicekosten die niet subsidiabel zijn voor de huurtoeslag, voor iedere kostensoort apart wordt beoordeeld of deze noodzakelijk is;
De kosten die in een reguliere huurwoning ook worden gemaakt, niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 6
Artikel 19
- Verhuis- en inrichtingskosten en servicekosten
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Dalfsen 2016