(Inter)nationaal onderzoek[7] wijst uit dat onder de volwassen bevolking van 16 tot en met 65 jaar het percentage laaggeletterden in Nederland 11,9% is. Daarbinnen is 2,6% zeer laaggeletterd en 9,3% laaggeletterd. In absolute aantallen gaat het om 1,3 miljoen laaggeletterden, waarvan 300.000 zeer laaggeletterd en 1 miljoen laaggeletterd zijn. Hierbij moet worden aangetekend dat de cijfers t.a.v. analfabetisme (niet of nagenoeg niet kunnen lezen en schrijven) in het onderzoek ontbreken omdat zij niet via dit onderzoek worden bereikt. Het aantal mensen met een taalachterstand is derhalve groter dan op basis van de onderzoekcijfers kan worden geconcludeerd.
De meest kwetsbare groepen zijn ouderen (14,1% van de 45-54 jarigen en 21,5% van de 55-plussers) en mensen zonder startkwalificatie (42,3% maximaal lagere school en 24,4% zonder startkwalificatie).
Daarnaast blijkt dat onder mensen die langdurig werkloos zijn het percentage laaggeletterdheid beduidend groter is dan onder werkenden (24,8% t.o.v. 16,2% werkenden).
Naast laaggeletterdheid komt ook vaak laaggecijferdheid voor. Bij 13,5% van de groep 16 -65 jaar is sprake van laaggecijferdheid. Het gaat om zo’n 1,47 miljoen mensen. Rond de 970.000 mensen zijn zowel laaggeletterd als laaggecijferd. In absolute aantallen betekent dit dat in totaal bijna 1,8 miljoen mensen in Nederland over lage taal- en/ of rekenvaardigheden beschikken. Meer dan de helft daarvan heeft een dubbele achterstand en presteert voor zowel taal als rekenen op het laagste niveau.
[7] PIAAC-onderzoek (Programme for the International Assesment of Adult Competencies,), ‘ Kernvaardigheden voor leven en werk’, resultaten van de Nederlandse Survey 2012, M. Buisman, J. Allen, D. Fouarge, W. Houtkoop & R. van der Velden, Expertisecentrum Beroepsonderwijs, Den Bosch 2013