Naar hoofdinhoud
1.. Het Dagelijks Bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de voorlopige jaarrekening met betrekking tot het afgelopen boekjaar aan de raden van de deelnemers aan het openbaar lichaam, vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid, opgemaakt door een door het Algemeen Bestuur aangewezen deskundige, die niet in dienst van het openbaar lichaam mag zijn. 2.. De raden van de deelnemers aan het openbaar lichaam kunnen binnen acht weken na datum van toezending bij het Dagelijks Bestuur bezwaren indienen. Het Dagelijks Bestuur voegt de ontvangen bezwaarschriften bij de ontwerprekening en biedt deze aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling aan. 3.. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. 4.. De voorzitter van het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde rekening vóór 15 juli dan wel twee weken na vaststelling, ter kennisname toe aan de toezichthouders en de deelnemers aan het openbaar lichaam.

Rechtspraak bij dit artikel