**1..** Een deelnemer aan deze regeling kan uit het openbaar lichaam treden door een daartoe strekkend besluit van de daartoe bevoegde organen van die deelnemer aan deze regeling.
**2..** Het in lid 1 vermeld besluit dient aan het Algemeen Bestuur te worden toegezonden. Uittreding kan slechts geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van drie jaar en geschiedt altijd per 31. december.
**3..** Uittredende deelnemers zijn na uitreding tegenover het openbaar lichaam naar rato van de bijdrage van de deelnemers aansprakelijk voor de tot dan toe ontstane verplichtingen. De aansprakelijkheid van uitgetreden leden voor lange termijnschulden uit ontstane verplichtingen van het openbaar lichaam, is beperkt tot de concrete bedragen, die tot het tijdstip van de feitelijke uittreding naar rato zijn ontstaan. De uittredende leden zien af van een vermogensrechtelijke vereffening.
**4..** Bij uittreding van een deelnemer eindigen alle functies die zijn vertegenwoordiger in een of meerdere organen van het openbare lichaam hebben aanvaard. Met inachtneming van Art. 8 lid 2 regelt het Algemeen Bestuur zo nodig de gevolgen van de beëindiging van de functies van de vertegenwoordiger van de uitgetreden deelnemer voor de organen van het openbaar lichaam.
Hoofdstuk 7
Artikel 32
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling van het Openbaar Lichaam Duits-Nederlands Grenspark Maas-Swalm-Nette