Indien de wijziging van de Gemeentewet in verband met het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerende-zaakbelasting (OZB) op woningen en het maximeren van de resterende OZB-tarieven (wetsvoorstel 30 096) met ingang van 1 januari 2006 van kracht wordt en aan deze wettelijke regeling door een onherroepelijke rechterlijke uitspraak niet de verbindende kracht wordt ontzegd, moeten in deze verordening de volgende artikelen of onderdelen daarvan als volgt worden gelezen:
A.
Artikel 1, eerste lid, onderdeel a:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting.
B.
Artikel 1, tweede lid:
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
C.
Artikel 2:
Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
D.
Artikel 5, eerste lid:
Het tarief van de belasting is voor elke volle € 2.500,- van de heffingsmaatstaf
bij de gebruikersbelasting € 3,32;
bij de eigenarenbelasting
voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen € 2,66;
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen € 4,14.
Artikel 9.
Overgangsbepaling in verband met wetsvoorstel afschaffing OZB-gebruik woningen (Kamerstuk 30 096)
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2006