**1..** De minimale eigen bijdrage komt overeen met hetgeen in artikel 3.8
van het Uitvoeringsbesluit is bepaald.
**2..** Het startpunt voor het inkomensafhankelijke deel van de eigen
bijdrage is:
Voor ongehuwden die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet
hebben bereikt, berekend volgens artikel 3.9 van het
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een inkomen van € 24.735
Voor ongehuwden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben
bereikt, berekend volgens artikel 3.9 van het
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een inkomen van € 18.576
Voor gehuwde cliënten die de pensioengerechtigde leeftijd
nog niet hebben bereikt, berekend volgens artikel 3.9 van
het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een inkomen van €
30.995
Voor ongehuwden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben
bereikt, berekend volgens artikel 3.9 van het
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een inkomen van € 25.711
**3..** Het percentage waarmee het inkomensafhankelijke deel stijgt bedraagt
12%.
**4..** De kostprijs van de maatwerkvoorziening (= maximale eigen bijdrage)
wordt als volgt bepaald:
voor woon- en vervoersvoorzieningen geldt de kostprijs van
de voorziening in natura, rekening houdend met de technische
levensduur van de voorziening;
voor maatwerkvoorzieningen die in arrangementen worden
geleverd, wordt gerekend met een (afgeleide) kostprijs per
resultaatgebied zoals opgenomen in bijlage 4.
voor indicaties huishoudelijke hulp in uren geldt het tarief
zoals opgenomen in bijlage 2.
voor beschermd wonen geldt hetgeen is bepaald in hoofdstuk
3, paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit.
**5..** Indien een voorziening bestaat uit een individuele
vervoersvoorziening of een losse woonvoorziening, bestaat voor de
berekening van de bijdrage de kostprijs uit de gemiddelde
aanschafprijs van een nieuwe voorziening en een depotverstrekking
plus de kosten voor het onderhoud, keuring en reparatie van de
voorziening voor 7 jaar (=afschrijftermijn voorziening). De
aanschafprijs inclusief deze kosten voor het onderhoud, de keuring
en reparatie van de voorziening wordt gedurende de gehele
gebruiksduur van de voorziening in rekening gebracht conform de
systematiek zoals in bijlage 5.