Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 april 2015*
periodiek
schaal
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
0
1448
1482
1520
1563
1608
1715
1924
2202
2444
2636
1
1482
1532
1582
1633
1685
1793
2005
2291
2548
2759
2
1518
1582
1645
1702
1761
1871
2087
2381
2652
2881
3
1554
1631
1708
1772
1838
1949
2167
2470
2756
3004
4
1591
1681
1770
1841
1915
2028
2249
2559
2860
3127
5
1627
1731
1833
1911
1991
2106
2330
2648
2964
3250
6
1663
1780
1896
1981
2068
2183
2411
2738
3069
3372
7
1699
1830
1958
2051
2145
2262
2492
2827
3173
3495
8
1735
1880
2021
2121
2222
2340
2573
2917
3277
3617
9
1772
1929
2084
2190
2299
2418
2654
3006
3381
3740
10
1808
1979
2147
2260
2375
2496
2736
3095
3486
3862
11
1844
2029
2209
2330
2452
2575
2816
3184
3590
3985
periodiek
schaal
10A
11
11A
12
13
14
15
16
17
18
0
2906
3158
3476
3794
4236
4500
4839
5181
5733
6355
1
3032
3288
3606
3925
4364
4655
5017
5389
5958
6597
2
3157
3419
3737
4054
4492
4809
5196
5597
6182
6838
3
3283
3550
3867
4182
4620
4964
5375
5806
6407
7079
4
3409
3680
3997
4310
4748
5118
5554
6014
6632
7321
5
3535
3811
4125
4438
4876
5273
5732
6222
6856
7562
6
3660
3942
4254
4566
5004
5428
5911
6430
7081
7803
7
3786
4071
4382
4694
5132
5583
6090
6638
7305
8045
8
3912
4199
4510
4822
5260
5738
6269
6847
7530
8286
9
4037
4327
4637
4950
5388
5892
6448
7055
7754
8528
10
4160
4455
4766
5078
5516
6047
6626
7263
7979
8769
11
4283
4583
4894
5207
5644
6201
6805
7472
8204
9011
* Als het schaalbedrag onder het voor de medewerker geldende minimumloon ligt, heeft de medewerker recht op het voor hem geldende minimumloon overeenkomstig de bepalingen in de WML.
Voor de ambtenaar die valt onder de definitie van artikel 1:2c, eerste lid geldt een aparte schaal: schaal A. Het bedrag van de periodiek 0 is gelijk aan het wettelijk minimumloon. Het bedrag van de periodiek 11 is gelijk aan 120% van het wettelijk minimumloon. De salarisbedragen voor schaal A worden geïndexeerd op de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon en elk jaar op 1 januari vastgesteld door het LOGA en gepubliceerd op www.car-uwo.nl.
Artikel 99:BIJLAGE IIb
Vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 april 2015
jaarvergoeding
uurbedragoefeningenencursussene.d.
uurbedragvoorbrandbestrijdingenhulpverlening
uurbedragvoorlangdurigaanwezigheid
1.AspirantmanschapA
330
10,20
19,07
12,71
2.Manschap A,Chauffeur,Voertuigbediener,Gaspakdrager,Brandweerduiker,Verkennergevaarlijkestoffen
330
11,72
22,03
14,68
3.ManschapB,duikploegleider,langerdan5jaarmanschapA,manschapAentenminstetweespecialisatiesuitcategorie2
330
13,00
24,38
16,25
4.Bevelvoerder
495
16,28
30,61
20,41
5.Officiervandienst
3902
0,00
39,02
0,00
6Hoofdofficiervandienst,adviseurgevaarlijkestoffen
5603
0,00
56,03
0,00
7.Commandantvandienst
8335
0,00
62,52
0,00
Artikel 99:BIJLAGE IIc
Gebruteerde vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 april 2015
jaarvergoeding
uurbedragoefeningenencursussene.d.
uurbedragvoorbrandbestrijdingenhulpverlening
uurbedragvoorlangdurigaanwezigheid
1.AspirantmanschapA
334
10,34
19,40
12,92
2.ManschapA,Chauffeur,Voertuigbediener,Gaspakdrager,Brandweerduiker,Verkennergevaarlijkestoffen
334
11,94
22,48
14,98
3.ManschapB,duikploegleider,langerdan5jaarmanschapA,manschapAentenminstetweespecialisatiesuitcategorie2
324
13,23
24,77
16,52
4.Bevelvoerder
503
16,56
31,08
20,72
5.Officiervandienst
3977
0,00
39,77
0,00
6Hoofdofficiervandienst,adviseurgevaarlijkestoffen
5704
0,00
57,04
0,00
7.Commandantvandienst
8491
0,00
63,64
0,00
In deze bijlage is de tabel opgenomen die uitsluitend geldt voor de zeer beperkte categorie vrijwilligers bij de brandweer voor wie de vergoedingen tot het inkomen in de zin van het Pensioenreglement worden gerekend. Het gaat hierbij om personen die vóór 1 januari 1980 een aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer.
Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Op 1 januari 1980 is de regeling op dit punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer uitgesloten van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de wijziging in 1980 is een overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat vrijwilligers die op 31 december 1979 al ambtenaar waren, het ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde dienstverhouding werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu nog vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen opbouwen bij het ABP. Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld, zijn per definitie geen ABP-deelnemer. Voor hen is deze bijlage niet van belang, maar geldt bijlage 11.
Artikel 99:BIJLAGE III Hoorbepaling
Deze tekst bevat een alternatieve tekst voor hoofdstuk 12, bestemd voor gemeenten waar geen commissie voor georganiseerd overleg is ingesteld.
Artikel 12:1
1.Met de organisaties waarbij de ambtenaren zijn aangesloten vindt overleg plaats aangaande aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, voor zover daarin niet wordt voorzien door het LOGA-overleg tussen het
College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel.
Als organisaties bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt de landelijke verenigingen van overheidspersoneel aangesloten bij de centrales van overheidspersoneel, toegelaten tot het overleg in het vorige lid bedoeld.
Het overleg wordt gevoerd door aan een organisatie een ontwerp van het voorgenomen besluit met toelichting toe te zenden, met het verzoek binnen een daarbij te stellen termijn, welke niet korter dan veertien dagen zal zijn, het college schriftelijk haar gevoelen kenbaar te maken. Indien de organisatie dit verlangt wordt zij tot mondelinge toelichting toegelaten.
Aan de bepaling van het eerste lid wordt geacht te zijn voldaan, indien de organisatie in gebreke is gebleven binnen de In het vorige lid bedoelde termijn van haar gevoelen te doen blijken.
Behoort het nemen van het in het derde lid bedoelde besluit tot de bevoegdheid van de raad, dan vermeldt het college bij het ontwerp van het besluit tevens het gevoelen van
de organisaties terzake.
6.Het college zendt een afschrift van zijn besluiten en een eventueel besluit van de raad binnen veertien dagen nadat deze zijn genomen aan de organisaties.
Artikel 99:BIJLAGE IV
Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 april 2015
5
6
7
8
9
10
aanloopbedrag 1
1741
1777
1814
1862
2110
2467
aanloopbedrag 2
1862
1917
1984
2231
2583
aanloopbedrag 3
2110
2349
2706
0
1814
1984
2048
2231
2467
2771
1
1862
2048
2110
2291
2526
2844
2
1917
2110
2172
2349
2583
2911
3
1984
2172
2231
2407
2644
2969
4
2048
2231
2291
2467
2706
3033
5
2110
2291
2349
2526
2771
3098
6
2172
2349
2407
2583
2844
3159
7
2231
2407
2467
2644
2911
3214
8
2291
2467
2526
2706
2969
3271
9
2349
2526
2583
2771
3033
3328
10
2407
2583
2644
2844
3098
3385
11
2644
2706
2911
3159
3449
12
2771
2969
3214
3512
13
2844
3033
3271
3569
14
2911
3098
3328
3624
15
2969
3159
3385
3678
uitloopbedrag 1
2526
2771
3098
3328
3512
3792
uitloopbedrag 2
2911
3214
3512
3624
3911
uitloopbedrag 3
3624
3737
4037
Artikel 99:BIJLAGE IVa
Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie
LOGA-partijen vinden dat bij de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren binnen de aanstelling lokaal maatwerk gewenst is. Daarom is in artikel 19b:5 vastgelegd dat de werkgever, met toepassing van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), een lokale regeling vaststelt waarin per discipline de verhouding wordt vastgesteld van de verschillende soorten werkzaamheden binnen lesgebonden en niet-lesgebonden uren.
Van een vaste verhouding naar een lokale regeling
Tot 1 januari 2009 kende de aanvullende rechtspositieregeling voor onderwijzend personeel een vaste maximale verhouding van 26 lesgebonden uren en 10 overige niet-lesgebonden uren. Per 1 januari 2009 wordt deze vaste maximale verhouding losgelaten. Reden daarvoor is dat een centraal voorgeschreven verhouding geen recht kan doen aan verschillen per discipline, per instelling of per onderwijzend personeelslid. Met een lokale regeling kan wel ingespeeld worden op deze specifieke kenmerken.
Status sjabloon
In dit sjabloon worden mogelijke werkzaamheden binnen lesgebonden en niet-lesgebonden uren opgesomd. Die opsomming is niet limitatief. In een instelling kan worden vastgesteld dat bepaalde in het sjabloon genoemde werkzaamheden niet binnen de instelling voorkomen en dus niet in de lokale regeling worden opgenomen. Daarentegen kan ook worden vastgesteld dat er instellingsspecifieke werkzaamheden zijn die niet in het sjabloon voorkomen, maar die wel in de lokale regeling moeten worden genoemd. Het sjabloon is dus een handvat voor de lokale regeling waarin onder andere rekening wordt gehouden met
de ervaring van de ambtenaar,
het cursustype dat de ambtenaar geeft en
de discipline van de ambtenaar.
Opbouw Sjabloon
Schematisch is de opbouw van het sjabloon als volgt:
Categorieën van werkzaamheden
Dit sjabloon onderscheidt als hoofdcategorieën:
lesgebonden uren en
niet-lesgebonden uren.
De categorie niet-lesgebonden uren kan vervolgens weer opgedeeld worden in drie subcategorieën: 2a. Voorbereidingennazorgvandelesgebondenuren.
Deze subcategorie hangt direct samen met de lesgebonden uren.
2b.Algemenewerkzaamheden
Deze subcategorie staat los van het aantal lesgebonden uren. 2c. Variabelewerkzaamheden
Deze subcategorie staat los van het aantal lesgebonden uren. De (sub)categorieën zijn hierna verder uitgewerkt:
1.Lesgebonden uren in uren per schooljaar/cursusjaar/seizoen
Het gaat in deze categorie om het aantal te verzorgen lesgebonden uren op
jaarbasis. Het betreft alle door een discipline uit te voeren les- of cursuswerkzaamheden, al of niet te onderscheiden naar bijvoorbeeld:
Type lessen/cursussen: individuele lessen, combinatielessen, groepslessen, klassikale lessen o Homogene ensembles
Heterogene ensembles o Koren
Orkesten
Regulier onderwijs o Speciaal onderwijs
Niet-lesgebonden uren in uren per schooljaar/cursusjaar/seizoen
2a.Voorbereidingennazorgvandelesgebondenuren
Het gaat in deze subcategorie om de werkzaamheden van elke discipline in een bepaalde verhouding tot het aantal lesgebonden uren. Dit is afhankelijk van het type instelling en het type lessen/werkzaamheden. Deze uren worden ook wel “aanstellingsafhankelijke of leerling- of cursistafhankelijke uren” genoemd. Het betreft bijvoorbeeld:
Roosterwerkzaamheden
Inhoudelijke voorbereiding en nazorg van de lessen
Bijhouden van lesvorderingen en lesresultaten, leerlingvolgsysteem en dergelijke o Administratieve afwikkeling van de lessen/cursussen (bijvoorbeeld presentielijsten) o Rapporten/studieverslagen voor van de leerlingen/cursisten
(Voortgangs)gesprekken met ouders/verzorgers/leerlingen
Bijhouden van de pedagogische, methodische en didactische ontwikkelingen o Bijhouden van vakliteratuur
Onderhouden van de direct aan de lespraktijk verbonden artistieke vaardigheden o Examens/toetsen
2b.Algemenewerkzaamheden
Het gaat in deze subcategorie om werkzaamheden die losstaan van het aantal lesgebonden uren. Deze uren worden ook wel “organisatiegebonden uren” genoemd. Het betreft bijvoorbeeld:
Personeelsvergaderingen, afdelingsvergaderingen, sector- en sectievergaderingen o Collegiaal overleg (intern en extern)
Voorbereiding en deelname aan open dagen
Functioneringsgesprekken, ontwikkelingsgesprekken, persoonlijk ontwikkelingsplan o Overleg over het jaarlijkse cursusboekje/studiegids
Zorg voor het instrumentarium van de instelling en (indien gebruik door de werkgever verplicht is gesteld) van het eigen instrument/gereedschap
Variabele werkzaamheden
Het gaat in deze subcategorie om specifieke werkzaamheden die losstaan van het aantal lesgebonden uren. Deze uren worden ook wel “persoonsgebonden uren” genoemd. Het betreft bijvoorbeeld:
Werkzaamheden voor onderzoek en ontwikkeling in relatie tot de lessen en lesmaterialen o Materiële voorbereiding en nazorg van de lessen
Lidmaatschap van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging o Stagebegeleiding
Organisatie en voorbereiding van leerlingenuitvoeringen/-concerten (intern en/of extern)
Organisatie en voorbereiding van concerten speciaal voor onderwijzend personeelsleden (intern en/of extern)
Organisatie en voorbereiding van exposities (intern en/of extern)
Organisatie en voorbereiding van instellingspresentaties (intern en/of extern)
Deelname aan activiteiten en evenementen voor zover niet genoemd onder subcategorie 2b. o Organiseren van kunstuitingen van cursisten, zoals voorspeelavonden en
tentoonstellingen
Begeleiden van een collega bij een voorspeelavond o Coördinatiewerkzaamheden
Algemene organisatiewerkzaamheden, bijvoorbeeld voor nieuwsbrief/schoolkrant van de instelling o Adviseren van leerlingen ten aanzien van instrument- of materiaalkeuzes
Bijhouden van de vakgebonden bibliotheek van de instelling o Bijdragen aan het jaarlijkse cursusboekje/studiegids
Opleiding en ontwikkeling, of andere activiteiten die ertoe bijdragen de eigen vakbekwaamheid op peil te houden
Deelname aan studiedagen van bijvoorbeeld beroepsverenigingen,
vakgroepen, mits de werkgever toestemming heeft verleend
oHet in opdracht van de werkgever reizen tussen locaties van dezelfde instelling voor kunsteducatie.
Van sjabloon naar lokale regeling
Om een beeld te geven hoe aan de hand van het sjabloon een lokale regeling tot stand kan komen geeft het LOGA een voorbeeld. U dient dit voorbeeld niet op te vatten als een door het LOGA gewenste verdeling van de verhouding lesgebonden uren versus niet-lesgebonden uren. Het gaat om de wijze waarop aan de hand van het sjabloon een lokale regeling kan worden opgesteld.
Binnen instelling X is onderwijzend personeel werkzaam in drie verschillende disciplines:
Discipline A
Discipline B
Discipline C
Binnen instelling X geldt per discipline de volgende verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren:
Discipline
1.Lesgebondenuren
2.Niet-lesgebondenuren
Discipline A
65%
35%
Discipline B
60%
40%
Discipline C
70%
30%
Binnen instelling X zijn de aanstellingen van het onderwijzend personeel in omvang zeer verschillend. Daarom wordt er in instelling X voor gekozen om binnen de categorie niet-lesgebonden uren per aanstellingsomvang een uitsplitsing te maken in de subcategorieën. Die uitsplitsing is als volgt:
Deverdelingvanniet-lesgebondenurenoverdesubcategorieën
Aanstellingsomvang
2a.Voorbereidingennazorgvandelesgebondenuren
2b.Algemenewerkzaamheden
2c.Variabelewerkzaamheden
Meer dan 27 uur per week
30%
30%
40%
18 tot en met 27 uur per week
35%
35%
30%
7,2 tot en met 18 uur per week
40%
40%
20%
tot en met 7,2 uur per week
47%
47%
6%
In dit voorbeeld is de verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën voor alle disciplines gelijk. Het is ook mogelijk om elke discipline een aparte verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën te maken.
Individuele afwijkmogelijkheden op de verhouding per discipline
Er zijn individuele omstandigheden voorstelbaar waarin het onredelijk is vast te houden aan de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden die per discipline is bepaald. Bijvoorbeeld door rekening te houden met:
zeer veel of zeer weinig ervaring van het onderwijzend personeellid of
het cursustype dat het onderwijzend personeelslid geeft (groepslessen versus individuele lessen)
In de lokale regeling kunnen individuele afwijkingsmogelijkheden op de verhouding die per discipline is vastgelegd worden opgenomen. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat individuele afwijking is toegestaan, dienen in de lokale regeling te worden opgenomen. Deze individuele afwijkmogelijkheden bepalen tezamen met de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren die voor de discipline van de ambtenaar is vastgelegd, welke verhouding voor de individuele ambtenaar geldt.
Voorbeeld:
Voor discipline D staat in de lokale regeling dat de verhouding 70% lesgebonden uren en 30% niet- lesgebonden uren geldt. In de lokale regeling is ook vastgelegd dat voor discipline D een individuele afwijkmogelijkheid bestaat voor ambtenaren met minder dan 3 jaar ervaring. Die ambtenaren krijgen ten koste van het aantal lesgebonden uren 5% meer niet-lesgebonden uren voor de voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren.
Het college stelt bij toepassing van de lokale regeling voor een ambtenaar met discipline D en minder dan 3 jaar ervaring de verhouding vast op 65% lesgebonden en 35% niet-lesgebonden uren. Deze 5% extra voor niet-lesgebonden uren wordt binnen de subcategorieën geheel toegeschreven aan subcategorie 2a.
Tot slot
Te overwegen valt om een beperkt percentage van de tijd niet toe te wijzen aan specifieke activiteiten. Niet alles valt namelijk op voorhand te plannen. Aan een aantal
kleinere werkzaamheden uit de eerder genoemde (sub)categorieën hoeft dan eveneens niet specifiek tijd te worden toegewezen; zij kunnen tot de vrij in te delen tijd worden gerekend.
2Elke medewerker wordt geacht ook zelf te investeren in het bijhouden van pedagogisch-didactische ontwikkelingen, het lezen van vakliteratuur en het onderhouden van de artistieke vaardigheden.
Niettemin zijn er situaties voorstelbaar (bijvoorbeeld indien het onderwijzend personeelslid personeelslid een onderwijsvernieuwende werkzaamheid heeft) waar toedeling van tijd voor dergelijke werkzaamheden geboden is.
Artikel 99:BIJLAGE IVa1 Functiebeschrijvingen
1.Consulent
A.Beschrijving van de functie
Functiebenaming: consulent Functie-eisen: HBO-niveau
Taken
Het in overleg met cliënten opstellen van een steunfunctie-activiteitenplan
Het verzorgen van steunfunctieactiviteiten
Het bijdragen aan de ontwikkeling van beleid, producten en programma’s
Beschrijving van de taken
Hetinoverlegmetcliëntenopstellenvaneensteunfunctie-activiteitenplan
Informeert en adviseert (potentiële) cliënten over de mogelijkheden van steunfunctieactiviteiten. Overlegt met (de leiding van) potentiële cliënten over wensen en verwachtingen.
Stelt een activiteiten- of begeleidingsplan op of ondersteunt de cliënt daarbij. Overlegt waar nodig met externe instanties.
B.2Hetverzorgenvansteunfunctieactiviteiten
Geeft informatie en adviezen over methoden en leermiddelen. Verzorgt teamtrainingen en individuele begeleiding van docenten.
Adviseert bij de aanschaf van leermiddelen en ontwikkelt, waar nodig, zelf leermiddelen en methodieken.
Organiseert met de cliënt producties, tentoonstellingen en andere evenementen. Begeleidt bij de opstelling van werkplannen.
Bewaakt de afspraken met betrekking tot begroting, planning en inzet.
B.3Hetbijdragenaandeontwikkelingvanbeleid,productenenprogramma’s
Volgt en signaleert relevante ontwikkelingen op het terrein van de kunstzinnige vorming.
Levert bijdragen aan beleidsontwikkeling, marktanalyses en aan de ontwikkeling van nieuw aanbod en marktontwikkelingsplannen; overlegt met opdrachtgevers en andere instanties over organisatie en uitvoering van projecten.
Werkt voorstellen uit in projectbeschrijvingen.
2.Docent
A.Beschrijving van de functie
Functiebenaming: docent Functie-eisen: HBO-niveau
Taken
Het verzorgen van de inhoud van onderwijsactiviteiten
Het geven van de onderwijsactiviteiten
Het bijdragen aan de ontwikkeling van KV-producten en -programma’s
Het verrichten van overige werkzaamheden
Beschrijving van de taken
Hetverzorgenvandeinhoudvanonderwijsactiviteiten
Verzorgt het (meerjaren)leerplan; stemt het leerplan af met leiding en collega’s. Bepaalt vanuit het leerplan de inhoud van de onderwijsactiviteiten.
Zorgt voor les- en documentatiemateriaal.
B.2Hetgevenvandeonderwijsactiviteit
Bereidt de activiteit voor; stemt af op het niveau van de groep. Geeft de onderwijsactiviteit; doet voor en stuurt bij.
Zorgt voor variatie in presentatie en lesvorm.
Houdt rekening met persoonlijkheid en doelstelling deelnemers.
Bespreekt regelmatig de vorderingen met (ouders van) deelnemers en evalueert de onderwijsactiviteit; stelt eventueel leerdoelstellingen bij.
Organiseert kunstuitingen van en voor deelnemers.
B.3HetbijdragenaandeontwikkelingvanKV-productenen-programma’s
Volgt en signaleert relevante ontwikkelingen op het terrein van de kunstzinnige vorming.
Levert bijdragen aan marktanalyses, de ontwikkeling van nieuw aanbod en marktontwikkelingsplannen; overlegt met opdrachtgevers en andere instanties over organisatie en uitvoering van projecten.
Werkt voorstellen uit in projectbeschrijvingen.
B.4Hetverrichtenvanoverigewerkzaamheden Woont diverse overlegvormen bij.
Houdt ontwikkelingen op het vakgebied bij; neemt deel aan na- en bijscholing. Levert bijdragen aan evenementen/instellingsactiviteiten.
3.Balletbegeleider
A.Beschrijving van de functie
Functiebenaming: Balletbegeleider Functie-eisen: MBO-niveau
Taken
Het instrumentaal begeleiden van lessen
Het bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied
Het verrichten van overige werkzaamheden
Beschrijving van de taken
Hetinstrumentaalbegeleidenvanlessen
Begeleidt klassieke balletlessen en andere lesvormen op piano en andere instrumenten. Zorgt waar nodig voor improvisatie en zorgt ervoor dat het karakter van de oefening muzikaal wordt ondersteund. Past gedurende de oefening tempo en sfeer aan en legt andere accenten als de docent dit aangeeft. Verzorgt de instrumentale begeleiding van uitvoeringen.
Hetbijhoudenvanontwikkelingenophetvakgebied Houdt ontwikkelingen binnen het vakgebied bij.
Hetverrichtenvanoverigewerkzaamheden
Voert periodiek overleg met de docent over het afstemmen van het spel op de oefeningen en de samenwerking tussen docent en begeleider.
Artikel 99:BIJLAGE VI
Vervallen
Artikel 99:BIJLAGE VIIa
Bijlage VIIA Aanstellingskeuring brandweerpersoneel
Onderstaand schema geeft per bijzondere functie-eis aan welke signaalvragen, screeningsinstrumenten en functionele tests bij de aanstellingskeuring gebruikt dienen te worden. De uitwerking van onderstaande onderdelen en de beoordeling hiervan is vastgelegd in de aanstellingskeuring zoals die is ontwikkeld door het Coronel Instituut. Deze uitwerking is te vinden op vng.nl.
Kort na de volgende basismetingen verricht om latere effecten van mogelijke blootstelling aan factoren van het werk te kunnen aantonen: - longfunctiebepaling met behulp van spirometrie - audiogram afname
Artikel 99:BIJLAGE VIIb
Bijlage VIIb Periodiek Preventief Medisch Onderzoek
Onderstaand schema geeft per bijzondere functie-eis aan welke signaalvragen, screeningsinstrumenten en functionele tests bij het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek gebruikt dienen te worden.
De uitwerking van onderstaande onderdelen en de beoordeling hiervan is vastgelegd in het PPMO zoals die is ontwikkeld door het Coronel Instituut. Deze uitwerking is te vinden op vng.nl.
Bijzonderefunctie-eis:
Aspectvandebelastbaarheidwatopgenomenmagwordenin
keuring:
1.Waakzaamheid en oordeelsvermogen:
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:
-aanpassingsprobleem door onregelmatige diensten,
-aanwezigheid van hoogtevrees
-aanwezigheid van claustrofobie
-doorgemaakte warmtestuwing sinds vorige keuring
-gebruik medicatie tegen epilepsie nu of geslikt sinds vorige keuring
-huidig medicijngebruik (mee laten nemen)
Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van:
-hoge mate van slaperigheid (checklist)
-depressieve klachten (checklist)
-angstklachten (checklist)
-hoge werkgerelateerde vermoeidheid (checklist)
2.Emotionele piekbelasting:
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:
-recent doorgemaakt trauma
Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van:
-posttraumatische stressklachten (checklist)
3.Energetische piekbelasting:
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:
-fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q)
-belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of huidige hartziekte; roken)
Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter afkeuring):
-te hoge BMI of buikvet
-hoge bloeddruk
-diabetes mellitus
-afwijkingen ECG
Inzet gevalideerde fysiek functionele test die een indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen. (brandweertraplooptest)
4.Goed gezichtsvermogen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:
-huidige problemen met gezichtsvermogen tijdens werk
Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige aanwezigheid
van:
-onvoldoende scherp zicht (lees en afstand)
-onvoldoende kleurenzicht
-onvoldoende mobiliteit nekwervelkolom
-onvoldoende gezichtsveld
5.Goed gehoorsvermogen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:
-huidige problemen met gehoorvermogen tijdens werk
Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van:
-onvoldoende vermogen om spraak-in-ruis te horen
6.Risico op expositie aan stof, rook, gas of dampen:
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:
-overgevoeligheid huid / huidige huidaandoening
-overgevoeligheid longen / huidige klachten luchtweg/longen Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van:
-mogelijke huidaandoening op armen/handen (eczeem/atopie)
-mogelijke longaandoening (astma/atopie)
7.Risico op (verspreiding van) infectieziekten:
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:
-huidige aanwezigheid infectieziekten die een gevaar voor anderen kunnen opleveren
8.Tillen/dragen
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:
-problemen met tillen
-huidige nek-, rug- en schouderklachten
-problemen met krachtleverantie met geheven armen
Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test (tijdens brandbestrijdingstest)
9.Knielen/hurken
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:
-huidige duizeligheidsklachten
Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test (tijdens brandbestrijdingstest)
10.Klimmen/klauteren/traplopen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:
-huidige duizeligheidsklachten
Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter test (tijdens brandbestrijdingstest en brandweertraplooptest)
11.Houdingen en krachtleverantie met rug 1-11 met als doel signalering voor begeleiding
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:
-huidige rugklachten Signaalvraag (mondeling):
Is sinds de vorige keuring een nieuwe ziekte of gezondheidsklachten opgelopen die van invloed (kunnen) zijn op de uitvoering van uw werk?
Signaalvraag (schriftelijk) naar:
1)Aanwezigheid chronische ziekten (stofwisseling, psychisch, bewegingsapparaat, hart- en vaataandoeningen, urinewegen/geslachtsorganen, spijsverteringsorganen, tumoren, luchtwegen, huidaandoeningen)
2)Ingeschat eigen werkvermogen nu