**1..** Verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op basis van een door aanvrager opgesteld en door het college geaccordeerd budgetplan. In het plan staat hoe de budgethouder zijn hulp wil organiseren, wie deze hulp gaat leveren en op welke manier de kwaliteit is geborgd. Het plan bevat alle informatie ten aanzien van:
de te treffen voorziening en het beoogde doel,
de voorgenomen uitvoering daarvan,
de kwalificaties van de uitvoering,
een motivering waarom hij een persoonsgebonden budget wenst en
de aan de uitvoering verbonden kosten.
**2..** Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien naar het oordeel van het college:
het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager geen redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag kan maken, of
het ernstige vermoeden bestaat dat hij niet in staat is de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken uit te voeren.
**3..** Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien naar het oordeel van het college de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid onvoldoende is gegarandeerd.
**4..** Bij de inzet van het persoonsgebonden budget voor informele hulp geldt:
dat de hulpverlener in alle gevallen dient te beschikken over een verklaring omtrent gedrag en
dat als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimaal opleidingvereiste is, de hulpverlener over de desbetreffende kwalificatie beschikt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 14:
voorwaarden voor een persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2015, versie 6