1.De cliënt is op basis van artikel 2.3.8, derde lid van de Wmo 2015 verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wmo 2015. Hieronder begrepen is de aanwezigheid van de cliënt en/of diens vertegenwoordiger bij het gesprek. Op het moment dat de cliënt en/of diens vertegenwoordiger aangeeft zelf niet te willen deelnemen aan (onderdelen van) het onderzoek dient er een zorgvuldige beoordeling plaats te vinden in hoeverre dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
Daarbij zijn de volgende aspecten van belang:
De motivatie van cliënt (of diens) vertegenwoordiger waarom hij niet wil deelnemen aan het onderzoek;
De mogelijkheden om op een andere manier voldoende informatie over de situatie van de cliënt te verkrijgen;
De gevolgen voor de cliënt.
In voorkomende gevallen wordt in het verslag verplicht aandacht besteed aan bovenstaande punten.
Hoofdstuk 3.
Artikel 6A:
medewerking aan het onderzoek
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2015, versie 6