Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen onderscheiden:
voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit:
nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op dezelfde locatie;
uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;
het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand gebouw voor het huisvesten van een school;
verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor het huisvesten van een school;
inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd;
inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd;
herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie;
herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden;
huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.