De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, geldt het bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma’s van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt gepubliceerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 25.