Naar hoofdinhoud
1.. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1, 2, 5, 6, 7 en 8, alsmede onderdeel d wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. 2.. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten. 3.. De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op percentage 8 procent (bij projecten tot een bruto-vloeroppervlakte van 2.500m2), respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het aangegeven normbedrag, genoemd in Bijlage IV. Bij de uiteindelijke genormeerde vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding wordt de toegekende genormeerde vergoeding voor de kosten van het voorbereidingskrediet in mindering gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel