Het personeel van de gemeenten treedt in dienst van de werkorganisatie met uitzondering van de gemeentesecretarissen, de griffiers en de griffiemedewerkers.
Het bestuur regelt de rechtspositie van het personeel en neemt daartoe de benodigde besluiten.
Bij de regeling van de rechtspositie van het personeel wordt de CAR UWO gehanteerd.
Bij de overgang van personeel van de gemeenten naar de werkorganisatie zal het bestuur zorgdragen voor de verdere toepassing en uitvoering van de afspraken tussen werkgevers- en werknemersvertegenwoordigingen van de gemeenten.
Vanaf het moment van overgang van personeel is het bestuur, binnen de kaders van de vastgestelde formatie, belast met het aanstellen, schorsen en ontslaan van het personeel.
Het bestuur kan de in het tweede en vijfde lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de directieraad.