Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 25

Uitttreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkorganisatie BUCH

Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreden. Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan vier jaar na inwerkingtreding van deze regeling. Een uittredingsbesluit wordt van kracht twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dit geldt niet wanneer de deelnemers hierover andere afspraken maken. Alvorens een deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe eerst overleg met de andere deelnemers gevoerd. In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemer wenst uit te treden. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht aan het bestuur. De uittredende deelnemer betaalt de kosten die de uittreding met zich meebrengt. De uittredingssom wordt middels een bindend advies vastgesteld door een commissie van een drietal onafhankelijke deskundigen die wordt aangewezen door het bestuur. Het bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de werkorganisatie. Van elk definitief besluit tot uittreding wordt terstond kennis gegeven aan de overige deelnemers en gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel