Naar hoofdinhoud

Artikel 12:

Bestrijding van iepenziekte

Onderdeel van Bomenverordening 2010 gemeente Doesburg

1.. Dit artikel verstaat onder: iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Cerato­cystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwik­kelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scoly­tus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmae­us. 2.. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders gevaar opleveren van verspreiding van de iepen­ziekte of voor ver­meerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrij­ving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te ver­nietigen; de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt voorkomen. 3.. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voor­handen of in voorraad te hebben of te vervoe­ren; het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;c. het bevoegd gezag kan onthef­fing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod. 4.. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van be­stuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de het bevoegd gezag kan worden verricht.

Rechtspraak bij dit artikel