Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Niet toekennen periodieke verhoging

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Schouwen-Duiveland 2015

1.. Bij onvoldoende functioneren, blijkend uit een beoordeling, kan de periodieke verhoging als bedoeld in artikel 6 achterwege worden gelaten. 2.. Nadien kan bepaald worden, dat de periodieke verhogingen, die met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend. 3.. Als er in een betreffend jaar niet meer dan zes maanden arbeid is verricht, kan de werkgever bepalen, dat niet kan worden vastgesteld of sprake is van voldoende functioneren en kan besloten worden tot het achterwege laten van een periodieke verhoging als bedoeld in artikel 6, lid 1. De volgende tijd kan in ieder geval worden meegeteld voor het bepalen van de periode waarin geen arbeid is verricht: tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de medewerker; tijd gedurende welke de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een instelling voor psychiatrie of een daarmee gelijk te stellen inrichting; op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging terzake een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die straf is opgelegd; omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaalt. 4.. Indien vaststaat, dat een schorsing, als bedoeld in lid 3, sub b, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd, wordt deze tijd alsnog buiten beschouwing gelaten voor het bepalen van de periode waarin geen arbeid is verricht. 5.. Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR/UWO is niet van invloed op het tijdstip van toekenning van periodieke verhogingen, tenzij de medewerker zich onvoldoende inzet om te re-integreren. 6.. Als er een besluit wordt genomen over het toepassen van dit artikel wordt de medewerker daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld. Het informeren van de medewerker vindt in elk geval plaats voor de datum waarop de salarisverhoging zou zijn ingegaan. Deze schriftelijke informatie bevat tevens de redenen voor het betreffende besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel