**1..** De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 11, tweede lid, niet naleeft;
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
indien de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten perioden van 26 weken hebben stilgelegen;
op verzoek van de vergunninghouder.
**2..** De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 15
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Schouwen-Duiveland 2010