Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 15

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Schouwen-Duiveland 2010

1.. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 11, tweede lid, niet naleeft; binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; indien de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten perioden van 26 weken hebben stilgelegen; op verzoek van de vergunninghouder. 2.. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel