Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Wijze van heffing en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2004

1.. De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte danwel door middel van parkeerapparatuur en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college geeft omtrent een en ander nadere regels. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel