Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 7 van de regeling, is het bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot:
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de rekening;
het vaststellen van resultaatbestemming;
het vaststellen van de tarieven van de bedrijfsvoeringsorganisatie;
het vaststellen van verordeningen omtrent het financieel beheer;
het vaststellen van bedrijfs- en beleidsplannen van de bedrijfsvoeringsorganisatie, waaronder het strategisch organisatieplan;
de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;
het besluiten namens Meerinzicht rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten evenals het vertegenwoordigen van Meerinzicht in en buiten rechte;
het houden van een gedurig toezicht op al hetgeen de bedrijfsvoeringsorganisatie aangaat;
het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen;
het aangaan van geldleningen met inachtneming van de begroting van Meerinzicht en de financiële regelingen;
het aanwijzen van een of meer ambtenaren van Meerinzicht als heffingsambtenaar, als invorderingsambtenaar of als ambtenaar belastingen;
het aanwijzen van een of meer ambtenaren van Meerinzicht of een gerechtsdeurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet als belastingdeurwaarder;
het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belastingaanslag met inachtneming van het gemeentelijk beleid hieromtrent. Artikel 255, vijfde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing;
het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie.