Naar hoofdinhoud
1. De invorderingsambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen en de Gemeentewet toegekend zijn aan de ontvanger of de daarmee gelijkgestelde ambtenaar. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de invorderingsambtenaar de gemeentelijke regelgeving en het gemeentelijk beleid, waaronder de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer in acht. 3. De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg en hoger beroep dan nadat hij het bestuur schriftelijk van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel