Ontslag kan worden verleend overeenkomstig de volgende bepalingen:
op verzoek van de buitengewoon ambtenaar op grond van artikel 8:1 van de CAR/UWO;
wegens ouderdomspensioen op grond van artikel 8:2 van de CAR/UWO;
wegens reorganisatie op grond van artikel 8:3 van de CAR/UWO;
wegens arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 8:4 en 8:5 van de CAR/UWO;
wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid op grond van 8:6 van de CAR/UWO;
wegens overige ontslaggronden op grond van artikel 8:7 en 8:8 van de CAR/UWO;
wegens FPU op grond van artikel 8:11 van de CAR/UWO;
wegens ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding overeenkomstig artikel 8:12 en 8:12:1 van de CAR/UWO;
als disciplinaire straf op grond van artikel 8:13 van de CAR/UWO.