Een bijstandsgerechtigde komt niet in aanmerking voor de voorbereidingsperiode indien:
surseance van betaling is aangevraagd;
belanghebbende in staat van faillissement verkeert;
belanghebbende te hoge schulden heeft, waardoor het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep niet mogelijk is;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het te starten bedrijf of beroep niet aan de wettelijke eisen zal kunnen voldoen;
uit onderzoek van het adviesbureau blijkt dat er belemmeringen in de persoon aanwezig zijn die het zelfstandig ondernemerschap uitsluiten;
een aanvraag al eerder is afgewezen en er thans geen sprake is van gewijzigde omstandigheden;
de aard van het te starten bedrijf of zelfstandig beroep onvoldoende basis biedt voor enige levensvatbaarheid van het bedrijf of zelfstandig beroep;
op basis van onderzoek door het college blijkt dat een traject gericht op loondienst leidt tot de snelste uitstroom uit de Participatiewet.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Criteria betreffende het niet in aanmerking komen voor de voorbereidingsperiode
Onderdeel van BELEIDSREGELS BESLUIT BIJSTANDVERLENING ZELFSTANDIGEN 2004 (Bbz 2004)