**1..** Bij een onderbreking tussen de laatste dag van de vorige bijstandverlening en de eerste dag van denieuwe bijstandverlening van langer dan twee jaar dient een nieuwe krediethypotheek of verpanding te worden gevestigd en wordt het verbruikte deel van de geldlening van de vorige krediethypotheek of verpanding wel aangemerkt als een op de woning drukkende schuld.
**2..** Het voorgaande lid is niet van toepassing als bij toekenning van de uitkering bekend is dat de belanghebbende slechts voor een korte periode een beroep zal doen op de uitkering, het oorspronkelijke maximumbedrag van de krediethypotheek niet wordt overschreden en hij niet meer zal terugkeren in de uitkering.
**3..** Van het gestelde onder het eerste lid wordt eveneens afgeweken indien de kosten van vestiging van de nieuwe krediethypotheek of verpanding, naar het oordeel van het college, onevenredig zijn.In een dergelijke situatie treedt artikel 11, tweede lid van deze beleidsregels in werking waarbij de eis van 2 jaar komt te vervallen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12.