Naar hoofdinhoud
1.. Het college legt, indien artikel 7 van deze beleidsregels van toepassing is, artikel 50, eerste lid van de Participatiewet ten uitvoer door het verstrekken van een uitkering voor levensonderhoud in de vorm van een geldlening met de voorwaarde dat de belanghebbende ter zekerheidsstelling van de terugbetaling van de geldlening meewerkt aan de vestiging van een krediethypotheek. 2.. Het college legt, uitsluitend indien artikel 7, tweede lid onderdeel b van deze beleidsregels vantoepassing is, artikel 39, derde lid van het Bbz 2004 ten uitvoer door het verstrekken van een bedrijfskrediet onder verband van hypothecaire zekerheid op de woning en/of het bedrijfspand. De lening wordt dan notarieel vastgelegd met de woning als onderpand. 3.. Bij een niet-registergoed wordt het eerste lid ten uitvoer gelegd door een stil pandrecht te vestigen. 4.. Bij een bedrijfspand is geen sprake van het vestigen van een krediethypotheek of verpanding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel