**1..** Voor de vaststelling van de voor een tegemoetkoming in aanmerking komende kosten zijn burgemeester en wethouders bevoegd regels te stellen. Het college stelt tenminste een lijst op van instellingen, waarvan de kosten van lidmaatschap voor een tegemoetkoming in aanmerking komen.
**2..** Voor de bepaling van de overige kosten, waarin een tegemoetkoming kan worden verstrekt, worden uit oogpunt van redelijkheid mede in aanmerking genomen kosten die uit het lidmaatschap van een instelling voortvloeien of andere hiermee verband houdende kosten zoals bijvoorbeeld kleding, boeken, gereedschappen en dergelijke.
**3..** Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te bepalen, dat een instelling niet behoort tot de relevante sectoren in de sociaal-culturele, hobby of sportieve sfeer, indien de doelstelling van de instelling geen relatie heeft met deze sectoren of de activiteiten van de instelling in strijd moeten worden geacht met de wet of het algemeen belang, met inachtneming van de staatkundige vrijheid evenals van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 1.7.