Naar hoofdinhoud
1.. De geleverde hulp dient te voldoen aan de wettelijke eisen als vermeld in de Wmo 2015. Dit betekent dat de hulpaanbieder: de verplichting heeft om verantwoorde hulp te bieden; zich zo moet organiseren en voorzien van kwalitatief en kwantitatief personeel dat verantwoorde hulp kan worden geboden moet meewerken aan het plan van aanpak; een kwaliteitssysteem dient te hebben; de beschikking heeft over een VOG; een verplichte meldcode dient te hebben voor huiselijk geweld en kindermishandeling; een meldplicht heeft indien er sprake is van calamiteit en geweld; de verplichting heeft een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen; een regeling voor de behandeling van klachten heeft; een cliëntenraad heeft; en jaarlijks verslag doet over de naleving van de wet en de regels omtrent de kwaliteit van hulp van respectievelijk de kwaliteit van uitvoering van taken, het klachtrecht en de medezeggenschap. 2.. Aanvullend gelden voor de hulpaanbieder de volgende eisen: dat alleen medewerkers als hulpverlener worden ingezet die zijn ingeschreven in het landelijk kwaliteitsregister jeugd of het BIG-register; dat de registratie van de inwoners die ondersteuning krijgen plaatsvindt conform de wettelijke privacy regels; dat er een agressieprotocol aanwezig is waarin beschreven staat hoe dit jegens medewerkers/vrijwilligers en cliënten georganiseerd is; dat een incident waarbij er gevolgen zijn voor betrokken personen, er sprake is van maatschappelijke impact of (dreigende) maatschappelijke onrust of waarbij media en/of politiek het handelen van hulpverlenende instantie ter discussie stellen binnen maximaal 3 uur wordt gemeld bij de gemeente. 3.. Indien er sprake is van een PGB kan, afhankelijk van de zwaarte van de in te zetten hulp, gemotiveerd van de aanvullende kwaliteitscriteria genoemd in het tweede lid worden afgeweken. Dit mag echter nooit ten koste gaan van de kwaliteit van de te leveren hulp.

Rechtspraak bij dit artikel