**1..** Indien de belanghebbende op een andere wijze dan genoemd in hoofdstuk 2, 3 of 4 tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont, wordt een maatregel opgelegd van 20% van de bijstandsnorm.
**2..** De duur van de maatregel wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, op de volgende wijze afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging langer recht heeft op bijstand:
**a..** bij een periode van 3 maanden of korter: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
**b..** bij een periode van 3 tot 6 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden;
**c..** bij een periode van 6 maanden tot 12 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden;
**d..** bij een periode van 12 maanden of langer: 20% van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden.
**3..** De hoogte van de maatregel wordt verdubbeld, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel, als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van een zelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging.
**4..** Met een besluit als bedoeld in het vorige lid wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Hoofdstuk 5.
Artikel 13.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelverordening Gemeente Arnhem