**1..** De omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 14, vierde lid, niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen 52 weken na verlening van de vergunning van de omgevingsvergunning gebruik wordt gemaakt.
**2..** Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Cultuurhistorie.
HOOFDSTUK III
Artikel 16
Intrekking omgevingsvergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Rheden 2010