Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 16

Intrekking omgevingsvergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Rheden 2010

1.. De omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 14, vierde lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen 52 weken na verlening van de vergunning van de omgevingsvergunning gebruik wordt gemaakt. 2.. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Cultuurhistorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel