**1..** Het college kan bepalen dat in het belang van archeologisch onderzoek een terrein wordt betreden, op dit terrein metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.6, 3.10, 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening.
**2..** De rechthebbende van bedoeld terrein dient desgevraagd te dulden dat dit terrein in het belang van archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan.