Deze verordening verstaat onder:
“haven”: ieder bevaarbaar water, gelegen binnen de gemeente Doesburg en bij deze gemeente in onderhoud;
“kade”: de kade langs de IJssel, gelegen tussen de punten, welke zijn aangegeven door twee stenen, waarin het woord “kadegeld” is gebeiteld, als mede de kade langs een haven;
“los- en laadplaats”: de openbare loswal aan een haven;
“schipper”: hij, die op een schip het gezag voert of feitelijk met de uitoefening daarvan belast is;
“havenmeester”: de ambtenaar, aan wie het toezicht op de haven, de kade en de los- en laadplaatsen is opgedragen of zijn plaatsvervanger;
“schip”: elk vaartuig hoe ook genaamd en van welke aard ook; het wordt geacht het scheepstoebehoren te omvatten.
Paragraaf 1
Artikel 1
Definities
Onderdeel van Verordening op de havens, de kaden en de los- en laadplaatsen