Naar hoofdinhoud

Artikel 17

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling Leerplicht

Onderdeel van Ambtsinstructie leerplicht Goeree-Overflakkee

1.. De meldcode bestaat uit vijf stappen welke de ambtenaar volgt, te weten: het in kaart brengen van signalen. de collegiale consultatie en het zo nodig raadplegen van het advies- en meldpunt Veilig Thuis; het in gesprek gaan met de jongere die ouder is dan twaalf jaar en ouders; het wegen van de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling; het nemen van een beslissing die inhoudt dat er zelf hulp wordt georganiseerd of dat melding moet plaatsvinden. 2.. De ambtenaar brengt de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en legt deze vast in het leerlingdossier. Tevens legt de ambtenaar de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. De ambtenaar beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk. Hypothesen en veronderstellingen worden vastgelegd, waarbij uitdrukkelijk wordt opgenomen dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. De ambtenaar maakt een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht. De ambtenaar vermeldt de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd. Diagnoses worden alleen vastgelegd als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht. 3.. Indien uit een vertrouwelijk gesprek met een jongere blijkt dat er mogelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling, dan meldt de ambtenaar aan de jongere dat hij conform de meldcode zal handelen, tenzij er zwaarwegende belangen van de jongere zijn om dit na te laten. 4.. Betreffen de signalen huiselijk geweld of kindermishandeling gepleegd door een beroepskracht, dan meldt de ambtenaar de signalen bij de leidinggevende of de directie. In dat geval zijn de verdere stappen niet van toepassing. 5.. De ambtenaar bespreekt de signalen met een collega bij voorkeur ook een leerplichtambtenaar lokaal of regionaal. De ambtenaar vraagt zo nodig ook advies aan het advies- en meldpunt Veilig Thuis. De ambtenaar legt de uitkomst van de bespreking vast in het leerlingdossier. 6.. De ambtenaar nodigt de jongere en ouders uit om de signalen te bespreken. Dit gesprek wordt bij voorkeur door twee medewerkers gevoerd. In het gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: het doel van het gesprek, de feiten die de ambtenaar heeft vastgesteld en de waarnemingen die zijn gedaan. Aan de jongere en ouders wordt gevraagd hierop te reageren. De ambtenaar komt pas na deze reactie zo nodig en zo mogelijk met een interpretatie van hetgeen de ambtenaar heeft gezien, gehoord en waargenomen. De ambtenaar vertelt de ouders wat de vervolgacties (kunnen) zijn. De ambtenaar legt op zorgvuldige wijze de bevindingen van het gesprek vast in het leerlingdossier. 7.. De ambtenaar weegt op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de jongere en ouders, en na consultatie van een collega bij voorkeur een leerplichtambtenaar lokaal of regionaal, het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. De ambtenaar weegt eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De ambtenaar legt zijn afwegingen vast in het leerlingdossier. 8.. De ambtenaar weegt af of de jongere en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling beschermd kan worden door het inschakelen van de noodzakelijke hulp. De ambtenaar plaatst een melding in de Verwijsindex Risicojongeren. 9.. De ambtenaar doet alsnog een melding van zijn vermoeden bij het advies- en meldpunt Veilig Thuis als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint. 10.. Alvorens dat de ambtenaar een melding doet bespreekt hij deze melding met de jongere en ouders. In dit gesprek geeft de ambtenaar aan waarom hij van plan is de melding te doen, vraagt de jongere en ouders om een reactie, hoort de eventuele bezwaren op de melding aan en probeert hieraan tegemoet te komen en maakt vervolgens de afweging over de noodzaak en de aard en ernst van het geweld en de noodzaak om de jongere of ouders te beschermen. De ambtenaar legt het gesprek vast in het leerlingdossier. 11.. De ambtenaar geeft bij de melding aan op grond van welke feiten en gebeurtenissen hij hiertoe besloten heeft. Tevens meldt de ambtenaar of er informatie van anderen afkomstig is. De ambtenaar legt de melding vast in het leerlingdossier.

Rechtspraak bij dit artikel