Als vast staat dat een woning, als gevolg van beperkingen bij het normale gebruik van de woning moet worden aangepast, wordt eerst beoordeeld of verhuizing naar een al aangepaste woning, of naar een goedkoper aan te passen woning, een oplossing is. Dit geldt niet als de kosten van de te treffen woonvoorzieningen (nu en voorzienbaar) het bedrag, genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Bloemendaal, niet overschrijden.
Bij het hanteren van het primaat van verhuizing gaat het om een uitwerking van het principe dat wordt gekozen voor de goedkoopst adequate oplossing.
Er zijn grenzen aan het hanteren van het primaat van verhuizing, met name op het gebied van de woonlasten, het tijdsbestek waarbinnen een oplossing kan, dan wel moet worden gevonden en de verhouding tussen de besparing van de gemeente bij toepassing van het primaat en de negatieve gevolgen voor de aanvrager. In de individuele situatie zullen alle relevante factoren worden gewogen.
• Termijn
Uit het onderzoek onderzoek blijkt binnen welke aanvaardbare termijn een oplossing voor het woonprobleem moet zijn gevonden. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of verhuizen een adequate oplossing is.
• Sociale omstandigheden
Sociale omstandigheden waarmee het college rekening houdt zijn onder meer de binding van de aanvrager met de huidige woonomgeving en de nabijheid van voor de aanvrager belangrijke voorzieningen. Ook de aanwezigheid van vrienden, kennissen en familie in de nabijheid van de woning van de aanvrager kan een rol spelen in het afwegingsproces, vooral in situaties waarin sprake is van mantelzorg. De sociale omstandigheden moeten zoveel mogelijk worden geobjectiveerd. De sociale omstandigheden zullen minder zwaar wegen als dicht in de buurt van de huidige woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden.
In geval de aanvrager zijn werk ‘aan huis’ heeft (eigen bedrijf), dienen de consequenties van verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant te worden meegewogen.
• Woonlasten en financiële draagkracht
Rekening houdend met eventuele mogelijkheden op de woningmarkt, maakt het college een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de eventuele nieuwe woning. Alle relevante woonlasten worden daarbij in aanmerking genomen. Een toename van de woonlasten is acceptabel als die past bij het (gezins)inkomen.
Als de aanvrager eigenaar van de woonruimte is zal een verhuizing of woningaanpassing andere gevolgen hebben dan wanneer hij de woning huurt. Verhuizing vanuit een koopwoning heeft andere financiële consequenties dan verhuizing vanuit een huurwoning.
• Aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte
Het college maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. In de overwegingen worden ieder geval de volgende kosten meegenomen:
huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de al bewoonde woonruimte;
de kosten van een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten;
de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning;
kosten van het eventueel vrijmaken van de beoogde woning;
een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving.
• De mogelijke gebruiksduur van de aanpassing
Aanpassingen aan sociale huurwoningen zijn vaker opnieuw in te zetten dan aanpassingen aan koopwoningen. Aangepaste sociale huurwoningen kunnen opnieuw kunnen worden verhuurd aan personen met een beperking, waardoor de gebruiksduur van de aanpassing wordt verlengd. Dit speelt in de afweging een rol.
Na afweging van deze factoren wordt een beslissing genomen over het al dan niet hanteren van het primaat van de verhuizing. Als de aanvrager niet wil verhuizen kan géén persoonsgebonden budget worden verstrekt voor een woningaanpassing.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.2
Primaat van verhuizing
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Bloemendaal 2016