Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 6.

Verlaging in verband met ontbrekende woonkosten

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet Investeren in Jongeren

1.. De toeslag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt verlaagd met 15 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die zijn hoofdverblijf heeft in een woning waaraan voor hem geen kosten van huur of hypotheek zijn verbonden. 2.. De toeslag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt verlaagd met 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die zijn hoofdverblijf heeft in een woning waaraan voor hem geen kosten van huur of hypotheek zijn verbonden. 3.. De gehuwdennorm wordt verlaagd met 15 procent voor de jongeren die hun hoofdverblijf hebben in een woning waaraan voor hen geen kosten van huur of hypotheek zijn verbonden. 4.. De verlaging van de gehuwdennorm die op grond van het vorige lid en artikel 5 is berekend, bedraagt ten hoogste 20 procent.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel