Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Verlaging toeslag 21- en 22-jarige alleenstaanden

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet Investeren in Jongeren

1.. In afwijking van artikel 3, eerste lid bedraagt de toeslag van de 21-jarige alleenstaande in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, 5 procent van de gehuwdennorm. 2.. In afwijking van artikel 3, tweede en derde lid ontvangt de 21- en 22-jarige alleenstaande die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, geen toeslag. 3.. In afwijking van artikel 3 vierde lid, ontvangt de 21-jarige alleenstaande die geen woonruimte bewoont, geen toeslag. 4.. De toeslag van de 22-jarige alleenstaande in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verlaagd tot 10 procent van de gehuwdennorm. 5.. In afwijking van het vorige lid wordt de toeslag voor een 22-jarige alleenstaande in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, verlaagd tot 5 procent indien aan zijn woning geen kosten van huur of hypotheek zijn verbonden. 6.. De vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van een jongere op wie artikel 8 van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel