1.Het hoofd van de beheerseenheid draagt er zorg voor, dat uit ieder document, dan wel uit
daarbij behorende informatie, blijkt wanneer het document is ontvangen of opgemaakt, wie de
afzender of vervaardiger is, op welke taak het document betrekking heeft, wat de status en het
ontwikkelingsstadium van het document is, en wanneer en aan wie een exemplaar ervan is
verzonden.
2.Ten aanzien van documenten dienen kenmerken zodanig te worden vastgelegd, dat ze met
behulp daarvan op eenvoudige wijze kunnen worden teruggevonden.
3.Het vorige lid heeft geen betrekking op documenten, die niet benodigd zijn in het kader van
uitvoering van taken en de verantwoording daarover, of die niet in verband met enig wettelijk
voorschrift worden opgemaakt, ontvangen of bewaard, dan wel geen verband houden met de
communicatie met de burger.
Hoofdstuk III
Artikel 9.
Artikel 9.
Onderdeel van Besluit Informatiebeheer gemeente IJsselstein 2008