Naar hoofdinhoud
1.. De gemeenten betalen een kwart van de in de begroting geraamde inwonersbijdrage voor het basistakenpakket vóór respectievelijk 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober van het dienstjaar, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Bij te late betaling is de wettelijke rente verschuldigd. 2.. De betalingen voor de plustaken genoemd onder artikel 4 vinden plaats na declaratie of na toekenning van subsidie bestemd voor de desbetreffende plustaak. 3.. Een saldo dat in de jaarrekening is vastgesteld, wordt verrekend met hiertoe bestaande of te vormen reserves. 4.. Een nadelig saldo, al dan niet ontstaan door het ontstaan van frictiekosten als gevolg van de beëindiging van een gemeentelijke plustaak, dat niet of niet volledig kan worden verrekend overeenkomstig artikel 23 lid 3, wordt na vaststelling van de jaarrekening afgerekend met de betreffende gemeente(n).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel