Naar hoofdinhoud
1.. De wethouder kan voor het woon-werkverkeer, de reizen ten behoeve van de gemeente of de reizen ten behoeve van de nevenfuncties die hij uit hoofde van zijn ambt vervult gebruik maken van een dienstauto met chauffeur. Onder dienstauto wordt mede een door de gemeente ingehuurde auto met chauffeur verstaan. 2.. De wethouder kan aanspraak maken op een vergoeding voor de reiskosten indien geen gebruik is gemaakt van een dienstauto. De vergoeding bedraagt: bij gebruik van het openbaar vervoer of een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten; bij gebruik van een eigen personenauto voor het woon-werkverkeer: de vergoeding als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; bij gebruik van een eigen personenauto voor de reizen ten behoeve van de gemeente of de reizen ten behoeve van de nevenfuncties die een wethouder uit hoofde van zijn ambt vervult: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; 3.. De wethouder kan voor de reizen ten behoeve van de gemeente of de reizen ten behoeve van nevenfuncties die hij uit hoofde van zijn ambt vervult ook aanspraak maken op een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte verblijfkosten. 4.. Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het eerste lid bedoelde nevenfuncties een reiskostenvergoeding ontvangt terwijl gebruik is gemaakt van de dienstauto of een vergoeding op grond van het tweede lid is betaald, wordt de reiskostenvergoeding in de gemeentekas gestort. 5.. Het college kan voor het gebruik van de dienstauto en de vergoeding van de reis- en verblijfskosten voor reizen binnen Nederland nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel