13.1 Afwijkingsbevoegdheid
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
de bestaande en de in de regels gegeven maten, afmetingen, aantallen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen, aantallen en percentages;
de regels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opdat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 m;
de regels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opdat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m;
de regels opdat de grenzen van hoofdgebouwen en van gebouwen ter plaatse van het besluitsubvlak 'bouwvlak' naar de buitenzijde worden overschreden door:
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen;
gevel- en kroonlijsten, overstekende daken;
de eis dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte moet worden gerealiseerd indien op andere wijze in de nodige parkeer- en/of stallingsruimte wordt voorzien;
de regels in die zin dat logiesverstrekking wordt toegestaan, waarbij in ieder geval wordt getoetst aan de volgende criteria:
vestiging is toegestaan binnen de gehele gemeente;
vestiging moet plaatsvinden binnen bestaande bebouwing, en mag zowel in een hoofdgebouw als in een bijbehorend bouwwerk gerealiseerd worden. Er wordt uitgegaan van een bestaande entree (deur);
in een bijbehorend bouwwerk mogen uitsluitend slaapplaatsen met sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. Hieraan gekoppeld moet in het bijbehorende hoofdgebouw een ontbijtruimte, en mag een eventuele woonkamer, worden gerealiseerd;
het bijbehorend bouwwerk dient in de directe nabijheid van en een duidelijke relatie te hebben met het hoofdgebouw;
de uiterlijke kenmerken van het bijgebouw moeten behouden blijven. Er mogen geen uiterlijke kenmerken van een woning worden toegevoegd;
er mogen maximaal drie slaapkamers gerealiseerd worden;
er mag geen keukenblok in de kamers worden gemaakt;
het parkeren dient op het eigen erf plaats te vinden;
er mag geen extra inrit worden aangelegd in verband met de vestiging;
de vestiging is alleen toegestaan aan een verkeersontsluiting van voldoende omvang;
de vestiging mag geen onevenredige afbreuk doen aan de milieusituatie van agrarische in de directe omgeving.
13.2 Toetsingscriteria
Een in lid 13.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
een goede woonsituatie;
de verkeersveiligheid;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
de sociale veiligheid;
de externe veiligheid.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
Onderdeel van De Beheersverordening De Wijk 2015 van de gemeente De Wolden