Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1:

Artikel 10

Kerkelijk monument

Onderdeel van Monumentenverordening

Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Artikel 11 Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen 1 jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Rechtspraak bij dit artikel