Deze verordening verstaat onder:
a.Archeologisch monument: monument, als bedoeld in artikel 1 onderdeel a, onder 2;
b . Archeologische waardenkaart:
topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;
c.Archeologisch verwachtingsgebied:
gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate (>0) archeologie te verwachten is;
d.Hoge verwachtingswaarde:
de aanwezigheid van archeologische resten is aangetoond en de kans op het aantreffen van archeologische resten is daarom groot;
e.Middelhoge verwachtingswaarde:
vanwege de landschappelijke ligging en/of de bodemgesteldheid is er een beperkte kans op het aantreffen van waardevolle archeologische resten;
f.Lage verwachtingswaarde:
op basis van de bodemgesteldheid en/of de ligging ten opzichte van bekende of veronderstelde mogelijke bewoningszones worden geen archeologische resten verwacht, of waar deze (als ze er hebben bestaan) door vergravingen zijn vernietigd;
g.Plan van Aanpak:
een door de opdrachtnemer op te stellen plan voor de uit te voeren werken waarmee beoogd wordt aan de vereisten zoals geformuleerd in het Programma van Eisen te voldoen. Ook wordt hierin een voorstel gedaan voor de werkwijze waarmee de in het Programma van Eisen geformuleerde resultaatsverwachtingen bereikt kunnen worden;
h.Programma van Eisen:
een door de bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd document dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van de vindplaats geeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk;