**1..** In het belang van de archeologische monumentenzorg kan worden bepaald dat de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 20 lid 1 een rapport dient over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
**2..** Aan de vergunning als bedoeld in artikel 20 lid 1 kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
**a..** de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;
**b..** de verplichting tot het doen van opgravingen; of
**c..** de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
**d..** de verplichting voor de opdrachtgever de offerte aan de gemeente voor te leggen ter toetsing aan Programma van Eisen en Plan van Aanpak.