Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 25

intrekken van de vergunning en strafbepaling

Onderdeel van Monumentenverordening

De vergunningen, als bedoeld in artikel 20 lid 1 en 3, kunnen door het college worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de vergunningvoorwaarden als bedoeld in artikel 22, lid 1 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van de archeologie zwaarder dient te wegen; niet binnen één jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Degene die handelt zonder, of in strijd met de vergunningen als bedoeld in artikel 20 lid 1 en 3 en artikel 22 kan worden gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel 26 Toezichthouder Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de toezichthouders van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel